In een stad waar je niets of niemand kent is het éxtra leuk om pareltjes te ontdekken. Op de bonnefooi een kroegje binnenlopen kan tot verrassend veel gezelligheid leiden en te hoge verwachtingen worden niet altijd waargemaakt. Laatst had ik per ongeluk heel goed gekozen.

02-02-2022

Al vaker schreven Bas en ik over de manier waarop we zelf graag uit eten gaan en ontvangen worden. Keer op keer komen we tot de conclusie dat het grotendeels op gevoel aankomt. Het valt lang niet altijd in concrete voorbeelden uit te drukken wat een plek zo indrukwekkend maakt.

Soms… is het gevoel concreet aanwezig. Als bijvoorbeeld de gastheer je al ziet aanlopen en de deur voor je opent. Als de tafeltjes stonden zodanig gedraaid staan dat alle gasten richting de zaak kijken – vind ik fijn. Aaibaar meubilair tot aan adembenemende tafelpoten met marmeren bladen.

Ik verwonder me als dingen nonchalant gebeuren. De kans is groot dat ik mij aan extravagance zou storen. Een aperitief uitgestald op een soort mosbedje, met vier kleine hapjes per persoon. Een beetje van dit, een beetje van dat. Normaal gesproken heb ik daar weinig mee, en word ik zelfs een beetje zenuwachtig van dat gefriemel.

Maar als er achter dat gefriemel werkelijke smaakbommetjes schuilgaan, met in ieder een verrassende structuur – is het een ander verhaal. Het is fijn om ergens te zijn waar de balans tussen trots en hard werken voelbaar is. Aan alles wat op tafel komt is aandacht besteed. Sommige gerechtjes zijn net schilderijtjes, maar echt niet alles is perfect of onovertreffelijk. Gelukkig maar!

Ondanks dat alles ‘klopt’, zijn het ook maar mensen waarbij je aanschuift. Met grappige stopwoordjes, een verstopte gaap achter de ontvangstbar, en een losse schoenveter. Als het je lukt om in het streven naar perfectie jezelf te blijven, kun je denk ik de wereld aan.

 

Mette Dijkstra