Eerder schreef ik over de borlottiboon. En om alle bonen zit een peul, waar je ze uit moet ‘doppen’. Een klusje dat in alle restaurants een beetje mindfulness naar binnen haalt. Of je het nou wil of niet: dat boontjes-doppen is een heuse meditatie.

In keukens worden peulenschillen leeggepeuterd tijdens vroege mise en place-uurtjes. Kopjes koffie worden gedronken, de muziek staat asociaal hard en de gastheer helpt mee. De avond ervoor was laat en het nieuwe menu staat gepland. Links staat een grote bak met bonenpeulen, zo’n drie à vier per peul.

Omdat het monnikenwerk is, wordt het taakje nooit aan slechts één iemand toebedeeld. Die enorme bak levert slechts een klein gevuld bakje op. Ik ken iemand die mandarijnen een cadeautje van de natuur noemt, de partjes zijn voor je verpakt in een glimmende schilletje. Bedenk je tijdens het boontjes-doppen dat je iedere keer weer een cadeautje uitpakt, de ene keer nóg rijker gevuld dan de andere.

Zoek naar de grootste, kleinste, raarste boontjes. Praat ertegen. Koester dit cadeautje van de natuur. En beloof jezelf dat het doppen geen wedstrijdje is, maar een moment van bezinning en ontspanning. Misschien is dit wel de tijd waarin we dat allemaal kunnen gebruiken.