In het Vlaamse tv-programma Bed & Breakfast (Met vier in bed) bezoeken verschillende bed & breakfast-eigenaren elkaars accommodatie. Net als in Nederland wordt iedere vierkante centimeter van de ruimte nauwkeurig beoordeeld, en zijn de deelnemers verheugd als er een haakje is voor de jas. Of diep teleurgesteld als het koffertafeltje ontbreekt.Â
28-07-2026
De deelnemers ervaren een complete ervaring van het verblijf. Ze arriveren, worden hartelijk verwelkomd, doen gezamenlijk een streekgebonden activiteit, kijken (soms) te diep in het glaasje en verschijnen – met een beetje geluk voor de kijker – brak aan het ontbijt. Ze hebben wel of niet goed geslapen, en de ventilatie in de douche was uitmuntend of voor verbetering vatbaar.
Met het ontbijt kun je als eigenaar het verschil maken. Serveer je een uitgebreid buffet met voor ieder wat wils, of laat je de gasten bij aankomst alvast kiezen wat ze willen? Dek je de tafel vol feestelijke gerechten waaraan iedereen plaatsneemt, of breng je een goedgevulde mand naar de kamer? Eén ding is bij ieder Met vier in bed-verblijf hetzelfde: het is véél.
Bij één aflevering, namen de gastheer en -vrouw plaats aan de tafel met hun ‘gasten’, de andere deelnemers waarmee ze dit avontuur beleven. Aan de gastvrouw wordt de vraag gesteld of ze er altijd bij gaat zitten. En daarin zit precies mijn fascinatie voor dit wonderlijk kneuterige programma: alles wat er gebeurt, wordt beschouwd of benaderd alsof het in beton gegoten is.
De deelnemers lijken te vergeten dat niet alleen zij, maar ook hun lotgenoten meedoen aan een televisieprogramma. Ze serveren allemaal een uitgebreider en overdadiger ontbijt. De kamers worden niet één, maar drie keer gekuist. Het luxe beddengoed wordt tevoorschijn gehaald en de drank vloeit rijkelijk, zonder dat er een rekening volgt.
Natuurlijk gaat deze vrouw niet altijd bij de gasten aan tafel zitten.
Ze doet sowieso niks áltijd.
Haar antwoord slaat dan ook de spijker op z’n kop: ‘Nee, bij de gasten niet. Wij gaan wel bij elk tafeltje eens langs, om te vragen wat ze gaan doen die dag en of ze lekker gegeten hebben. Maar je voelt dat ook wel aan bij mensen, of ze graag babbelen of niet.’ Ik hoop dat ze vanuit zo’n babbeltje ook weleens besluit wél aan te schuiven.
En dat is gastvrijheid bij uitstek: doen wat goed voelt. Afstand houden waar nodig, en betrokkenheid tonen als daar behoefte aan is. Wees vooral voorzichtig met dingen ‘altijd’ of ‘nooit’ doen, dan ben je vrij om eens uit de bocht te vliegen. Wie weet wat dat oplevert…
Mette Dijkstra